Berichten over onderwerp: dga

Belasting blog


Geregeld verschijnt er een belastingadvies blog over een actueel fiscaal onderwerp. Dit blog is bedoeld om u te informeren over voor u interessante ontwikkelingen op het gebied van belastingen. Het kan gaan om nieuwe jurisprudentie of hoe een nieuwe regeling in de praktijk uitwerkt.

Als u na het lezen van een blog vragen heeft, schroom niet om die te stellen!

Gepubliceerd op door

Staatssecretaris van Financiën over mogelijkheden tot anonimiseren vermogen

Volledig bericht lezen: Staatssecretaris van Financiën over mogelijkheden tot anonimiseren vermogen

De Staatssecretaris van Financiën Snel heeft weer Kamervragen beantwoord over het anonimiseren van vermogen via het oprichten van een open commanditaire vennootschap (cv). Zo antwoordt Snel dat de open cv om vermogen te anonimiseren een methode blijft om de privacy van vermogenden en hun familie te beschermen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Wat zijn de belangrijkste conclusies die er uit de Kamervragen getrokken kunnen worden?

Stappen anonimiseren van vermogen met een cv

Het anonimiseren van vermogen voor de buitenwereld gebeurt via de volgende stappen:

  1. De directeur grootaandeelhouder (dga) laat een stichting oprichten, gezamenlijk met de stichting wordt een open cv opgericht. De stichting is beherend vennoot en de dga is de commanditaire (stille) vennoot;
  2. De dga brengt zijn aandelen in de persoonlijke holding in de cv in met een beroep op de aandelenfusiefaciliteit;
  3. De holding keert alle overtollige reserves uit aan de cv ten titel van dividenduitkering. Laatstgenoemde kan zonder verschuldigdheid van dividend- en/of inkomstenbelasting plaatsvinden.

Het gaat hier om de beantwoorden van door het Kamerlid Leijten van de SP gestelde vragen. Veel van de vragen lijken een herhaling van al eerder gestelde vragen. Ze geven hooguit verdieping ten aanzien van wat al bekend was. Op onderdelen nemen ze eventuele onzekerheid weg over het gebruik van de cv om vermogen te anonimiseren.

Belastingdienst toets de cv marginaal, maar beoordeelt wel of sprake is van een open cv

Staatssecretaris Snel geeft aan dat de Belastingdienst marginaal toets of er in civielrechtelijke zin sprake is van een cv. Hij schrijft dat er sprake is van een cv als vennoten zich verbinden om iets in gemeenschap in het economische verkeer te brengen, met het oogmerk om het behaalde voordeel met elkaar te delen. Daar zal in de regel snel aan voldaan zijn, wordt opgemerkt. De Belastingdienst toetst op basis van de jurisprudentie of er sprake is van een open dan wel gesloten cv. Dat laatste is een wezenlijke toets. Omdat enkel in het geval van een open cv er vermogen door de besloten vennootschap kan worden uitgekeerd als dividend, zonder dat dit tot inkomstenbelastingheffing leidt bij de inbrenger/de dga.

In de Kamervragen wordt vervolgens ingegaan op het verschil tussen het kwalificeren als een bedrijf  op grond van het Wetboek van Koophandel en op grond van in de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Voor de fiscale behandeling van de open cv is dit verschil niet relevant.

Eerder bestond er onduidelijkheid of het overtreden van het beheersverbod door de stille vennoot ertoe leidt dat de cv wordt ontbonden. De Staatssecretaris bevestigt dat dit niet het geval is. Wel zal de vennoot die het beheersverbod overtreedt als beherend vennoot worden behandeld. Hij wordt ondernemer in box 1 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

Belastingdienst pleegt geen vooroverleg over gebruik cv voor anonimiseren van vermogen

De Belastingdienst wenst geen vooroverleg te plegen over het gebruik van een cv om vermogen te anonimiseren. Wel is het mogelijk om de Belastingdienst te vragen om te bevestigen dat met het opzetten van de structuur geen sprake is van het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Als de Belastingdienst dat bevestigt, is er zekerheid dat de gekozen opzet is goedgekeurd door de Belastingdienst. Bij dit verzoek zal de Belastingdienst beoordelen of er sprake is van een open cv, wat van belang is om het vermogen te kunnen anonimiseren, zonder dat het tot inkomstenbelastingheffing leidt.

In de Kamervragen ging het onder andere om de rol van de directeur-grootaandeelhouder als bestuurder bij de cv. In hoeverre kan de dga beheersdaden verrichten en wat zijn de (fiscale) gevolgen als hij beheersdaden verricht. Bij het opzetten van de cv-structuur, geef ik in overweging om een onafhankelijke derde, niet zijnde de directeur-grootaandeelhouder tot bestuurder te benoemen van de stichting die als beherend vennoot optreedt. In dat geval zal er geen discussie kunnen ontstaan over de positie van de dga. Gezien de financiële belangen is dat wel zo raadzaam.

Wilt u meer weten over het anonimiseren van uw vermogen, wij helpen u graag. Bel met Ewoud de Ruiter - fiscalist: 030 - 687 0 383

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

Fiscus belast te hoge rekening-courantstand van de dga in 2022

Volledig bericht lezen: Fiscus belast te hoge rekening-courantstand van de dga in 2022

Afgelopen dinsdag is het Belastingplan 2019 door het kabinet gepresenteerd. Misschien wel het interessantste nieuws voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) bevond zich in de aanbiedingsbrief bij het Belastingplan 2019. Daarin is aangekondigd dat het laten oplopen van de schuldverhoudingen van de dga bij de eigen bv ontmoedigt gaat worden. Schuldvorderingen boven de € 500.000 zullen als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) belast worden. Wat betekent dat nu voor de praktijk?

Hoe werkt de maatregel uit?
De bedoeling is om deze maatregel per 2022 in werking te laten treden. Voor zover de schuldvordering hoger is dan €500.000, zal dat deel in box 2 belast zijn. Voor bestaande eigenwoningschulden van de bv wordt een overgangsmaatregel getroffen. Op dit moment is nog niet bekend hoe de maatregel er precies uit komt te zien. Het wetsvoorstel wordt in het voorjaar van 2019 gepubliceerd. Met deze aankondiging krijgt de dga tot het jaar 2022 de tijd om na te denken over wat te doen met de schuldvordering van de bv? Vooruitlopend op het wetsvoorstel kan ervoor gekozen worden om het overschot van de schuld uit te keren als dividend tegen het box 2 tarief van 2019. Vanaf het jaar 2020 wordt het box 2 tarief 26,25%, om in 2021 verder verhoogd te worden naar 26,9%. Met de stijgende box 2 heffing lijkt uitkeren in 2019 interessant.

Wat kunt u doen om belastingheffing te voorkomen?
De opbrengst van deze maatregel is eenmalig begroot op € 1,8 mrd in 2019. Daarna structureel op € 50 miljoen per jaar. Ik ben benieuwd of de begrote opbrengst gehaald gaan worden. Dga’s die de mogelijkheid hebben, zullen hun schulden aflossen dan wel herfinancieren bij de bank. Ook zal er een groep dga’s zijn, die de verschuldigde inkomstenbelasting niet kunnen voldoen. Voor deze groep zal de discussie mogelijk oplaaien over de vraag wanneer de dividenduitkering heeft plaatsgevonden nu ze de inkomstenbelasting niet kunnen betalen. In 2022, het jaar van de wetswijziging of feitelijk al in een eerder jaar? In dat laatste geval blijft het de vraag in hoeverre de Belastingdienst dan nog kan navorderen. 

Waarom wordt de maatregel ingevoerd?

De maatregel is mogelijk een tegenreactie, op de discussie met de Belastingdienst die nu al geregeld gevoerd wordt over rekening-courantstanden van dga’s. Die zijn dan zodanig opgelopen dat de dga niet meer in staat is om af te lossen. Dan kiest men ervoor het standpunt in te nemen dat het verlies dat de bv hierop leidt, in het verleden een dividenduitkering is geweest, waarvan de navorderingstermijn is verstreken.

Alhoewel we nog niet weten hoe de regeling er precies komt uit te zien, geldt dat een gewaarschuwd mens voor twee telt. Het is van belang om tijdig actie te ondernemen. Hopelijk toont de regering zich hier een betrouwbare partij en wordt er straks geen wetgeving gepubliceerd, die toch eerder ingaat dan het jaar 2022 om anticiperend gedrag van de dga’s op de aangekondigde wetgeving tegen te gaan.

Conclusie
We kunnen concluderen dat er interessante tijden aanbreken. Niet alleen voor de belastingplichtige die zijn of haar rekening-courantstand met de bv niet verder mag laten oplopen dan € 500.000. Maar ook voor de adviseur die zijn cliënt hierop moet wijzen en bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting mogelijk standpunten moet innemen waar zijn cliënt het niet mee eens zal zijn. 

 

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

Wat betekent het nieuwe huwelijksvermogensrecht voor de ondernemer?

Per 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Iedereen die na 31 december 2017 in het huwelijk treedt, krijgt daarmee te maken. In sommige gevallen krijgen voor 1 januari 2018 gehuwden er ook mee te maken. Hierna behandel ik een aantal belangrijke wijzigingen en aandachtspunten. Waar moet een ondernemer en de directeur-grootaandeelhouder (DGA) nu rekening mee houden en wanneer is er actie gewenst? De nieuwe regels zijn ook van toepassing op het geregistreerd partnerschap.

Geen algehele gemeenschap van goederen na het sluiten van het huwelijk

Op grond van het oude huwelijksvermogensrecht ontstond er bij het sluiten van het huwelijk een algehele gemeenschap van goederen, als er geen huwelijkse voorwaarden waren opgemaakt. Alleen goederen die onder een zogenaamde uitsluitingsclausule waren verkregen bleven als privévermogen buiten de huwelijksgoederengemeenschap. Onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht blijven de bezittingen van voor het sluiten van het huwelijk privé bezittingen, deze maken geen deel uit van de huwelijksgoederengemeenschap. Ook schenkingen en erfenissen verkregen gedurende het huwelijk blijven privévermogen en hoeven bij een eventuele scheiding niet gedeeld te worden. Alles wat gedurende het huwelijk verkregen wordt, zijn wel gezamenlijke bezittingen en moeten bij een echtscheiding verdeeld worden. Bezittingen die men voor het huwelijk al in gezamenlijk eigendom had, maken na het sluiten van het huwelijk deel uit van de gezamenlijke huwelijksgoederengemeenschap. Na het sluiten van het huwelijk bezit ieder 50% van het goed. Als de gezamenlijke woning in de voorhuwelijkse periode is gekocht in de verhouding 60/40, wordt die verhouding na het sluiten van het huwelijk dus 50/50 als er geen huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt.

Privévermogen blijft privé, goed administreren is wel van belang

Als men gaat scheiden hoeft wat privévermogen is niet gedeeld te worden met de ex-partner. Men zal wel moeten kunnen bewijzen wat privévermogen is. Als van goederen niet bewezen kan worden dat ze privé zijn, worden ze geacht gemeenschappelijk te zijn, zo staat in de wet. Daarom is het van belang om voorafgaand aan het huwelijk vast te leggen wat van wie is. Daarna moet de administratie daarvan goed bijgehouden worden.

Wat verandert er voor ondernemers?

Het voorhuwelijkse ondernemingsvermogen, blijft privévermogen. Voor ondernemers geldt dat de waardestijging van de IB-onderneming na het sluiten van het huwelijk gedeeld moet worden. Als de partner meewerkt in de onderneming, heeft deze bij een echtscheiding recht op een redelijke vergoeding voor de aangewende arbeid. Het is mogelijk om deze regeling in de huwelijkse voorwaarden aan te passen, bijvoorbeeld buiten toepassing te verklaren.

Aandelen in een besloten vennootschap gaan echter geen deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap. Als er tijdens het huwelijk nieuwe aandelen worden uitgegeven, maken die wel deel uit van de huwelijksgoederengemeenschap. Dit heeft tot gevolg er bij een overlijden of echtscheiding geen aanspraak gemaakt kan worden op een deel van de aandelen. Bij een echtscheiding is dat vermoedelijk geen bezwaar, maar bij een overlijden kan dat tot extra belastingheffing leiden. Via het opmaken van huwelijkse voorwaarden kan geregeld worden dat de aandelen bij een overlijden wel deel uitmaken van de huwelijksgoederengemeenschap. Zo kan er erfbelasting bespaard worden.

Omdat de aandelen in een besloten vennootschap geen deel uitmaken van de huwelijksgemeenschap, blijft uitgekeerd dividend privévermogen. Salaris is echter gemeenschappelijk vermogen. Als er te weinig salaris is uitgkeerd gedurende de huwelijkse periode kan de partner bij een echtscheiding op grond van artikel 1:95a, lid 1 BW, alsnog een vergoeding claimen bij de directeur grootaandeelhouder. Deze bepaling werkt ook bij huwelijken gesloten voor 1 januari 2018 en is dus van toepassing op iedere directeur grootaandeelhouder, ongeacht het moment van huwen. Als er sprake is van huwen onder huwelijkse voorwaarden is het van belang om na te gaan wat dit betekent voor de vergoedingsrechten bij een echtscheiding.

De Ondernemer of de directeur grootaandeelhouder die na 1 januari 2018 gaat trouwen doet er goed aan om na te gaan of het opmaken van huwelijkse voorwaarden gewenst is. De rechtspraak zal nog nadere invulling moeten geven hoe het hiervoor genoemde verrekeningsrecht van artikel 1:95a, lid 1 BW in de praktijk nu uitwerkt bij een echtscheiding. Als u op dat gebied geen verassingen achteraf wenst, verdient het de voorkeur om daarover nu al afspraken op papier vast te leggen.

mr. Ewoud de Ruiter – directeur 3RRR Belastingadviseurs bv 030 – 687 0 383

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

De fiscus zal rekening-courant positie DGA in de toekomst kritischer beoordelen

Op 14 maart 2018 zijn er interne stukken van de Belastingdienst openbaar gemaakt over de lening van de DGA van zijn BV. Deze documenten zijn openbaar gemaakt naar aanleiding van een Wob-verzoek. Uit deze documenten blijkt hoe de Belastingdienst omgaat met een lening van de DGA van zijn BV. Waar kijkt de Belastingdienst naar om te beoordelen of de lening realiteitswaarde heeft? Wanneer loopt de directeur-grootaandeelhouder (DGA) het risico dat de Belastingdienst het standpunt inneemt dat er feitelijk geen sprake is van een geldlening maar een dividenduitkering? Wanneer is er sprake van een onzakelijke lening?

De Belastingdienst kijkt bij de beoordeling van de geldlening naar het volgende:

  • Is er een leningovereenkomst?
  • Wanneer moet de lening uiterlijk worden afgelost en is er een aflossingsschema?
  • Zijn er zekerheden verstrekt (dit is vooral van belang bij langer lopende geldleningen)
  • Loopt de vordering van de BV verder op?
  • Welke maatregelen neemt de BV als schuldeiser om haar vordering te innen?
  • Wat is de marktwaarde van de onroerende zaken die als zekerheid worden verstrekt voor de geldlening
  • De leeftijd van de directeur grootaandeelhouder
  • Het inkomen van de DGA
  • Overige financiële verplichtingen DGA

Eigen BV van de DGA kan niet als zekerheid dienen

Bij een discussie met de Belastingdienst over de eventuele terugbetaling van de geldlening en de terugbetalingscapaciteit, zal zij geen genoegen nemen met de stelling of het standpunt dat de lening verstrekkende BV over voldoende reserves beschikt. De BV kan geen zekerheidsverstrekker zijn voor de terugbetaling van de schuld. De Belastingdienst baseert zich daarbij op uitspraken van rechters over dit onderwerp.

Positieve/negatieve hypotheekverklaring

Geregeld wordt er door de DGA een zogenaamde positieve/negatieve hypotheekverklaring verstrekt, de DGA zegt dan toe de eigen woning of andere privé onroerende zaak niet verder met een recht van hypotheek te zullen bezwaren. Ook krijgt de BV de toestemming om het object dat als zekerheid geldt, op eerste verzoek met een hypotheek te belasten. De Belastingdienst hecht vaak weinig waarde aan zo een afspraak in de overeenkomst, omdat het de BV weinig zekerheid biedt. Als de DGA in strijd met de afspraken het als zekerheid toegezegde object met een hypotheek belast ten gunste van een derde, zal de DGA alleen uit hoofde van wanprestatie schadeplichtig zijn. De BV is haar zekerheid wel kwijt. In sommige gevallen wordt een positieve/negatieve hypotheekverklaring wel geaccepteerd, als onderdeel van een groter geheel aan voorwaarden.

Soms eist Belastingdienst vastlegging van afspraken over aflossing schuld

Bij een oplopende schuld aan de BV kan de Belastingdienst om de leningovereenkomst vragen. Vervolgens kan de Belastingdienst ook voorstellen dat er een zogenaamde vaststellingsovereenkomst getekend wordt waarin een aantal afspraken worden vastgelegd over het wegwerken van de debetstand van de DGA. Als men zich vervolgens niet aan deze afspraken houdt, bestaat het risico dat de Belastingdienst zal stellen dat er een dividenduitkering heeft plaatsgevonden ter grootte van het saldo van de lening of een deel van de lening. Daarover is dan 25% inkomstenbelasting verschuldigd in box 2.

Zakelijkheid berekende rentepercentage

De hoogte van de te berekenen rente wordt ook behandeld in de gepubliceerde documenten. Hierover wordt opgemerkt dat er een drietal leningcategorieën zijn, die allen hun eigen renteopbouw kennen:

  1. Hypothecaire geldleningen: de rente kan gebaseerd worden op de gepubliceerde hypotheektarieven, bij een goede relatie met de bank is een geringe bijstelling naar beneden toe mogelijk. De marge van de bank bedraagt ongeveer 1,5%. In de rechtspraak is geoordeeld dat de BV niet vergeleken moet worden met een financiële instelling, maar met een particuliere belegger. Deze zal minder risico willen lopen en daarom met minder rendement genoegen nemen. Door de rechter is al eens geoordeeld dat het EURIBOR-tarief met een opslag van 1,5% zakelijk is.
  2. Middellange geldleningen
  3. Rekening-courant kredieten

De hoogte van de rente wordt ook beïnvloed door de volgende factoren:

  • Als het risico van de bv toeneemt
  • De geldlening is aflossingsvrij
  • Als er een vast rentetarief wordt afgesproken
  • Als afgesproken wordt de rente aan het eind van de maand, dan wel het eind van het jaar te betalen

Voorkomen dat de Belastingdienst een uitdeling/dividenduitkering stelt?

Wil de Belastingdienst een uitdeling/dividenduitkering kunnen stellen, dan geldt er een dubbele bewustheidsvereiste. Dat betekent dat de BV de DGA heeft moeten willen bevoordelen in de hoedanigheid van aandeelhouder en de DGA moet het voordeel hebben aanvaard. De bewijslast hiervoor ligt bij de Belastingdienst. Het zal niet altijd eenvoudig zijn voor de Belastingdienst om deze dubbele bewustheidsvereiste aannemelijk te maken bij verstrekte geldleningen die in de ogen van de Belastingdienst een dividenduitkering betreffen. Eventueel kan de Belastingdienst bij het opleggen van navorderingsaanslagen een boete opleggen.

Het is belangrijk om een eventuele discussie met de Belastingdienst voor te zijn, door de administratie ten aanzien van de verstrekte geldlening goed op orde te hebben. Zorg voor een leningovereenkomst en kijk ook naar de gemaakte afspraken. Gebruik daarbij de hiervoor genoemde opsomming van punten die de Belastingdienst beoordeelt. Bedenk ook of een bank ook onder dezelfde voorwaarden de lening had willen verstrekken. Wellicht is de conclusie dat het verstandig is om de leningsvoorwaarden op onderdelen aan te passen. Dat kunt u beter nu doen, dan afwachten tot de Belastingdienst vragen gaat stellen en standpunten gaat innemen.

mr. Ewoud de Ruiter is fiscaal jurist en directeur van 3RRR Belastingadviseurs bv 030 – 687 0 383

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

Zijn de privégegevens van de dga straks openbaar voor iedereen?

Per 26 juni 2017 moet het UBO-register in werking treden. Op 31 maart 2017 is het wetsvoorstel gepubliceerd in de vorm van een internet consultatie. Daarop kan tot 28 april gereageerd worden. Dat betekent dat op grote lijnen bekend is hoe de regelgeving eruit komt te zien, maar dat we pas vlak voor het in werking treden van de regelgeving precies weten waar rekening mee gehouden moet worden.

De UBO wordt geregistreerd

In het UBO-register staan de zogenaamde uiteindelijke belanghebbenden (Ultimate Beneficial Owner UBO) opgenomen van onder andere besloten en naamloze vennootschappen, maatschappen, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, stichtingen, verenigingen met rechtspersoonlijkheid en coöperaties. Eenmanszaken, publiekrechtelijke rechtspersonen, kerkgenootschappen en verenigingen van eigenaren zijn uitgezonderd van de verplichting tot inschrijving in het register. Voor open fondsen voor gemene rekening wordt nog onderzocht of er ook een plicht tot het registreren van de UBO-informatie gaat gelden.

Wie is de UBO eigenlijk?

De UBO wordt gedefinieerd als de natuurlijke persoon die zeggenschap heeft of eigenaar is van een rechtspersoon. Naast de natuurlijke persoon kunnen vennootschappelijke entiteiten, trusts en juridische entiteiten als stichtingen ook een UBO zijn. Verder gaat de definitie van de UBO niet. Pas uit het Handelsregisterbesluit zal duidelijk worden wie er als UBO kunnen worden aangemerkt. Is dat iemand met een financieel belang van 25% of een stemrecht van minimaal 25% of zal de ondergrens op 10% komen te liggen, zoals de Europese Commissie heeft voorgeschreven.

Als er niet iemand geïdentificeerd kan worden aan wie de onderneming toebehoort, de UBO, zal degene belast met de dagelijkse leiding ingeschreven moeten worden.

Een grote groep heeft toegang tot het UBO-register

De gegevens van de UBO worden opgenomen in het handelsregister. De volgende groepen hebben toegang tot het register:

  1. bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid,
  2. meldingsplichtige instellingen in he kader van hun cliëntenonderzoek, en
  3. alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen.

Een beperkt deel van de informatie in het UBO-register is voor een grote groep toegankelijk. Zo vallen journalisten onder de onder c genoemde groep van personen met een legitiem belang. Het gaat om de volgende gegevens: de naam van de UBO wordt genoemd met zijn geboortemaand en -jaar, met zijn nationaliteit en woonplaats, waarbij binnen bepaalde ranges wordt aangegeven hoe groot het gehouden belang is in de rechtspersoon. Voor de onder a hiervoor genoemde groep is uitgebreidere informatie beschikbaar in het UBO-register.

De UBO kan zijn gegevens laten afschermen

Een UBO kan verzoeken aan het handelsregister om zijn of haar gegevens voor de buitenwereld af te schermen. Niet elk verzoek daartoe zal zomaar gehonoreerd worden. Dat kan in ieder geval als de UBO minderjarig is of handelingsonbekwaam. Ook is dat mogelijk als met het openbaar beschikbaar maken van gegevens de UBO blootgesteld wordt aan het risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie. Banken, andere financiële instellingen en notarissen zullen altijd toegang hebben tot de gegevens, zodat de afscherming voor die gebruikers niet zal gelden.

Gedurende de periode dat op het verzoek om afscherming wordt beslist, zullen de gegevens niet openbaar zijn.

Fonds voor gemene rekening om vermogen te anonimiseren

Na in werking treden van de wetgeving rond de UBO zal in meer gevallen duidelijk zijn wie aandeelhouder is van een bv of nv. Het is nog niet bekend of de UBO van een open fonds voor gemene rekening zich ook moet registreren. Om het voor de buitenwereld minder inzichtelijk te maken hoeveel vermogen de directeur-grootaandeelhouder/dga (UBO) precies bezit, kan overwogen worden om een open fonds voor gemene rekening op te richten. Het open fonds voor gemene rekening kan vervolgens de aandelen in de bv of nv houden. Het voordeel van een open fonds voor gemene rekening is dat die geen cijfers bij de Kamer van Koophandel hoeft te deponeren, zodat niet inzichtelijk is over hoeveel vermogen de UBO beschikt. Na de oprichting is het mogelijk om vermogen uit de bv of nv over te hevelen naar het open fonds voor gemene rekening, zodat dat deel van het vermogen voor de buitenwereld niet meer zichtbaar is. Dat kan zonder belastingheffing plaatsvinden.

mr. Ewoud de Ruiter is fiscaal jurist en directeur Apollo Tax bv

Volledig bericht lezen