Blog

Belasting blog
Huidige inhoud weergeven als RSS-feed

Belasting blog

Geregeld verschijnt er een belastingadvies blog over een actueel fiscaal onderwerp. Dit blog is bedoeld om u te informeren over voor u interessante ontwikkelingen op het gebied van belastingen. Het kan gaan om nieuwe jurisprudentie of hoe een nieuwe regeling in de praktijk uitwerkt.

Als u na het lezen van een blog vragen heeft, schroom niet om die te stellen!


21 - 23 van 23 resultaten
Gepubliceerd op door

BV is dure oplossing voor zzp-er om mogelijke dienstbetrekking te ontwijken

Met het afschaffen van de var-verklaring worstelen opdrachtgevers en opdrachtnemers met de vraag hoe de inhuur van tijdelijke arbeidskrachten in te vullen. De opdrachtgever wil geen risico lopen op naheffingen. Een van de oplossingen die genoemd wordt is het gebruik van een BV. Het moet dan gaan om een BV waarbij de opdrachtnemer in een loondienstbetrekking staat tot die BV en waarbij sprake is van inhoudingsplicht premies werknemersverzekeringen. Er kan gebruik gemaakt worden van de diensten van ZZP-Oké of Uniforce. Is er bij de BV van opdrachtnemer geen inhoudingsplicht premies werknemersverzekeringen, dan beoordeelt de Belastingdienst de werkrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer op zelfde wijze als die tussen de zzp-er en opdrachtgever. Als de BV inhoudingsplichtige is voor de premies werknemersverzekeringen, zal de Belastingdienst er meestal minder belang bij hebben om op het niveau van de opdrachtgever kritisch te kijken naar de werkrelatie.

Wat betekent het gebruik declarabele uren BV?

Omdat de zzp-er als werknemer gezien wordt van de declarabele uren BV, verliest hij het recht op de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, eventueel starters aftrek en de MKB-winstvrijstelling). Daarnaast zijn er premies werknemersverzekeringen verschuldigd door BV van opdrachtnemer.

overzicht_berekening_IB_-onderneming_versus_BV

 

Bij een winst van € 60.000 na kosten bedraagt het verschil in netto inkomen € 9.022. Bij de berekening is rekening gehouden met het feit dat de premies zvw en werknemersverzekeringen voor rekening van de werkgever komen, vandaar het verschil in loon/winst. De IB-ondernemer houdt netto € 42.991 over en de BV-ondernemer € 33.970.

Om e.e.a. vergelijkbaar te houden heb ik ervoor gekozen om niet te doteren aan de oudedagsreserve respectievelijk pensioen op te bouwen. Daarnaast ben ik er vanuit gegaan dat er geen sprake is van overige aftrekposten (denk bijvoorbeeld aan hypotheekrenteaftrek) en dat het hele inkomen geconsumeerd wordt. Verder zullen de kosten voor het aanhouden van een BV ook hoger liggen. Mogelijk scheelt dat nog wel € 2.000 aan extra kosten (deponeringsjaarrekening, loonadministratie en aangifte vennootschapsbelasting).

Gebruik BV levert fors verlies netto-inkomen op voor zzp-er

Al met levert het werken via een zogenaamde declarabele uren-bv een fors inkomensverlies op voor de zzp-er. Vermoedelijk zal de Belastingdienst bij het gebruik van deze oplossing minder kritisch zijn bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en loopt opdrachtgever een kleiner risico op naheffing van loonheffingen. Daarin kan het gebruik van de BV een voordeel bieden. Of de opdrachtnemer daar netto zoveel voor zal willen inleveren? Wellicht kunnen opdrachtgever en –nemer overeenkomen dat er een hoger uurtarief wordt betaald, enerzijds omdat opdrachtgever minder risico loopt op naheffingen (is ook wat waard) anderzijds omdat opdrachtnemer netto minder overhoudt.

mr. Ewoud de Ruiter – directeur Apollo Tax bv 030 – 687 0 383

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

Er is een alternatief voor de modelovereenkomst met meer zekerheid voor opdrachtgever en -nemer

Als partijen gebruik willen maken van een modelovereenkomst, hebben ze verschillende mogelijkheden. Ze kunnen ervoor kiezen om een al gepubliceerde modelovereenkomst te gebruiken of een zelf opgestelde modelovereenkomst ter beoordeling voorleggen aan de Belastingdienst. Als gekozen wordt om een modelovereenkomst voor te leggen, waarmee moet rekening gehouden worden? Vervolgens ga ik in op een alternatief die mogelijk meer zekerheid geeft aan partijen.

Als de zelf opgestelde modelovereenkomst wordt voorgelegd zijn er een drietal uitkomsten:

  1. De Belastingdienst keurt de modelovereenkomst goed en geeft aan dat als conform deze overeenkomst wordt gewerkt er geen inhouding van loonheffingen hoeft plaats te vinden. De meerderheid van de goedgekeurde overeenkomsten worden niet door de Belastingdienst gepubliceerd, ook al heeft de indiener daarvoor wel toestemming gegeven. Wat opsteken van inmiddels goedgekeurde en gepubliceerde overeenkomsten is beperkt mogelijk.
  2. De Belastingdienst stelt dat op basis van het vastgelegde feitencomplex het niet mogelijk is om een standpunt in te nemen. In dat geval is het gebruik van de modelovereenkomst voor rekening en risico van opdrachtgever en opdrachtnemer.
  3. De Belastingdienst stelt dat als onder de feiten vastgelegd in de modelovereenkomst gewerkt wordt er sprake is van inhoudingsplicht voor opdrachtgever.

De beslissing betreffende de voorgelegde modelovereenkomst levert geen voor bezwaar vatbare beschikking op. Het enige dat partijen kunnen doen bij een negatieve beslissing is loonheffingen inhouden en afdragen en daar vervolgens bezwaar tegen aantekenen. De vraag is of dat ook praktisch is.

Partijen kunnen ook besluiten om onder een andere (wel goedgekeurde) modelovereenkomst te werken. Het risico is dan aanwezig dat de Belastingdienst later zal stellen dat er toch gewerkt is volgens de feiten van de eerder niet goedgekeurde modelovereenkomst en op basis daarvan loonheffingen naheffen. Dit maakt het voorleggen van de modelovereenkomst een onzekere factor, als de overeenkomst uiteindelijk niet voldoet om de goedkeuring van de Belastingdienst te krijgen.

Een bezwaar van de modelovereenkomst is dat deze feitelijk geen zekerheid geeft. 1) Het is maar zeer de vraag of het mogelijk is om vooraf de feiten waaronder gewerkt wordt goed schriftelijk vast te leggen. 2) Als de Belastingdienst achteraf constateert dat er in afwijking van de feiten is gewerkt, lopen opdrachtgever en opdrachtnemer risico’s op naheffingen. In de praktijk zal dit risico bij opdrachtgever liggen.

Een aantal van de bezwaren van de modelovereenkomst kunnen ondervangen worden. Het is mogelijk om een statusbeschikking aan te vragen voor de werknemersverzekeringen op grond van art. 59 lid 3 Wfsv, art. 72c, lid 1 ZW, art. 127a, lid 1 WW, art. 87 lid 1 WAO of art. 7 lid 2 WIA. De Belastingdienst oordeelt bij voor bezwaar vatbare beschikking of sprake is van verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Dit kan als alternatief voor het ter beoordeling voorleggen van een modelovereenkomst. Er zal dan een beschikking worden afgegeven waarin vastgelegd is of er sprake is van inhoudingsplicht. In tegenstelling tot de overeenkomst die onder de Wet DBA is beoordeeld, levert deze beoordeling wel een voor bezwaar vatbare beschikking op.

Bij een controle achteraf verwachten wij dat het lastiger zal zijn voor de Belastingdienst om alsnog te stellen dat feitelijk sprake was van een loondienstbetrekking. Dan heeft de Belastingdienst vooraf bij het afgeven niet goed haar werk gedaan en zullen eventuele naheffingsaanslagen vernietigd moeten worden met een beroep op het vertrouwensbeginsel.

Door een statusbeschikking aan te vragen bij de Belastingdienst krijgen opdrachtgever en –nemer zekerheid over hun werkrelatie. In tegenstelling tot de voorgelegde modelovereenkomst gaat het om een voor bezwaar vatbare beschikking. Ook vermoeden wij dat er achteraf meer zekerheid is te ontlenen aan de beslissing van de Belastingdienst als een statusbeschikking is afgegeven.

mr. Ewoud de Ruiter – directeur Apollo Tax bv 030 – 687 0 383

Volledig bericht lezen
Gepubliceerd op door

Haastige spoed is goed voor zzp-er die risico’s bij inhuur voor zichzelf en opdrachtgever wil beperken

Met het afschaffen van de VAR-verklaring en de invoering van de wet deregulering beooordeling arbeidsrelaties (wet dba), verandert de positie van de opdrachtgever als inhuurder van tijdelijke arbeidskrachten. Onder de VAR-verklaring was het hebben van een kopie van de VAR-WUO of VAR-DGA in combinatie met een kopie van een identiteitsbewijs voldoende, om niet aangesproken te worden op naheffing van loonheffingen, mocht later blijken dat er feitelijk sprake was van een dienstbetrekking. Onder de wet dba wordt dat anders, de opdrachtgever zal zelf moeten beoordelen of sprake is van een loondienstbetrekking bij de inhuur van tijdelijke arbeidskrachten. Als de conclusie van die beoordeling is dat er geen dienstbetrekking is, kan onder een modelovereenkomst gewerkt worden. Wel is van belang om ook vast te stellen dat er geen sprake is van een zogenaamde fictieve dienstbetrekking, dan wel deze uit te sluiten voor zover dat mogelijk is.

De opdrachtgever zal zijn risico’s uit de inhuur willen beperken. Hij zal willen voorkomen dat er later naheffingen loonheffingen bij hem worden nageheven, omdat de Belastingdienst achteraf een loondienstbetrekking constateert ter zake van de inhuur van de zzp-er. De zzp-er opdrachtnemer kan dit risico ook beperken voor opdrachtgever.

Als er zo snel mogelijk na het jaareinde aangifte inkomstenbelasting wordt gedaan door de zzp-er, zal er in veel gevallen spoedig een definitieve aanslag inkomstenbelasting worden opgelegd. Als de aanslag definitief is, kan de Belastingdienst de verschuldigde loonbelasting niet meer op de werkgever verhalen als toch sprake is van een dienstbetrekking. Dat komt omdat het inkomen al in de belastingheffing betrokken is bij de opdrachtnemer/zzp-er en de aanslag daar definitief is vastgesteld.

De Belastingdienst zal de premies werknemersverzekeringen vermoedelijk nog wel kunnen verhalen op de opdrachtgever. Dat de loonbelasting (eventueel tegen anoniementarief), eventueel met boetes en rente niet meer op de werkgever verhaald kan worden, scheelt al een slok op een borrel.

Verder is het van belang dat de zzp-er niet verzoekt om zijn aangifte in een uitstelregeling op te laten nemen. Zeker als de aangifte in de uitstelregeling voor belastingconsulenten wordt opgenomen, zal de termijn om nog correctieaanslagen op te kunnen leggen met een jaar verlengd worden. Die is dan niet 5 jaar, maar 6 jaar.

Of de Belastingdienst de aangifte van de zzp-er kan corrigeren, is ook de vraag als de aanslag definitief is. Vermoedelijk zal er sprake moeten zijn van een nieuw feit wil de Belastingdienst de opgelegde aanslag kunnen corrigeren, er vanuit gaande dat de zzp-er erop mocht vertrouwen dat hij een juist standpunt heeft ingenomen door zijn inkomen als winst uit onderneming aan te geven.

Kortom zowel opdrachtnemer / zzp-er als opdrachtgever hebben er belang bij dat niet te lang na jaareinde getreuzeld wordt met het indienen van de aangifte inkomstenbelasting, waarin de winst uit onderneming is verantwoord.

Mr. E. de Ruiter directeur Apollo Tax bv telefoon 030 – 687 0 383

Volledig bericht lezen
21 - 23 van 23 resultaten